Sport
februari 9, 2026

Olympisch kampioen Sauerbreij: Wat je nog niet wist achter het Olympisch snowboard succes

De Olympische Spelen vormen eens in de vier jaar een uniek podium. Niet alleen voor de grote, gevestigde sporten, maar juist ook voor disciplines die buiten de schijnwerpers van de wekelijkse sportmedia vallen. Afgelopen weekend stond Michelle Dekker, 29 jaar oud, aan de start van de parallelreuzenslalom en schopte het tot de achtste finales. Het is exact hetzelfde onderdeel waarop Nicolien Sauerbreij in 2010 olympisch kampioen werd. Een bijzonder moment dat uitnodigt tot reflectie: niet alleen op prestaties, maar ook op de weg ernaartoe.

Juist tijdens de Olympische Spelen worden sporten zichtbaar die we in het dagelijks sportlandschap minder vaak zien. Daarmee komen ook de achterliggende verhalen van sporters, coaches en trainingsculturen aan de oppervlakte. Verhalen over veelzijdigheid, over het ontwikkelen van fundamenten en over het overstijgen van de eigen sport. Precies daar raakt de Olympische realiteit aan de kern van het Athletic Skills Model.

“Van huis uit heb ik heel veel sporten meegekregen omdat dat mijn ouders dat belangrijk vonden voor mijn motorische en sociale ontwikkeling.”

Dat sporters en sporten veel van elkaar kunnen leren, is voor de kenner van het ASM geen nieuws meer. Nicolien Sauerbreij is daarvan het zoveelste voorbeeld en deelde haar ervaring toen zij samen met onder anderen Jari Litmanen, in 2017 te gast was op het ASM Congres. Vanuit haar ervaring als snowboarder legde zij feilloos de verbinding tussen sportoverstijgend denken en topsportontwikkeling: “Ik denk dat er vanuit het Athletic Skills Model heel veel overeenkomsten zijn tussen sporten en sporters. Sporten én coaches kunnen veel sterker worden als ze van elkaar willen leren.”

De Olympische Spelen laten dat in praktijk zien. Atleten uit uiteenlopende disciplines werken aan vergelijkbare onderliggende vaardigheden: balans, coördinatie, krachttraining, timing en aanpassingsvermogen onder druk. In de ski- en snowboardwereld zijn die vaardigheden extreem zichtbaar, juist omdat fouten onder hoge snelheid direct afgestraft worden.

“Vanuit de ski- en snowboardwereld zijn we heel ver met balans en coördinatie. Zeker als je naar de ski worldcup kijkt, als je de trainingen volgt van die gasten zijn dat bijna onmenselijke dingen die ze doen. Maar door heel veel training zie je hoe sterk ze worden. Daardoor zie je dat ze onder snelheid dingen goed kunnen oplossen; verkeerde momenten, verkeerde bewegingen goed kunnen oplossen.”

Kees Jansma in gesprek met (v.l.n.r.) René Wormhoudt, Nicolien Sauerbreij, Max Caldas, Gido Vermeulen en Jari Litmanen. Foto: Soenar Chamid

Eerst een atleet, daarna een specialist.

Een terugkerend thema binnen het ASM is het belang van een brede, fysieke basis. Sauerbreij koppelde dit tijdens het congres expliciet aan blessurepreventie en duurzame belastbaarheid: “Blessures op buik en rug zijn niet zo heel aanwezig. Knieblessures veel meer. Dat heeft te maken met de snelheid. Zowel bij het skiën als snowboarden zijn ze heel ver in de ontwikkeling van de core-stability.”

Maar die basis is niet sportspecifiek, benadrukte zij. Integendeel: juist door te focussen op algemene vaardigheden ontstaat ruimte voor betere sportprestaties. “Ik denk dat balans in elke tak van sport heel belangrijk is. Als je kijkt naar schaatsen, voetbal, snowboarden, skiën; altijd is dat de basis en dat wordt heel vaak vergeten door alleen maar de bepaalde sport te trainen. Terwijl eigenlijk al het staan van de mens, die balans en coördinatie van rug en buikspieren al zo belangrijk is. Dus het trainen daarvan is denk ik het allerbelangrijkste. Als die basis goed is, komt de rest ‘vanzelf’.”

Variatie als motor voor ontwikkeling

De Olympische Spelen tonen niet alleen fysieke excellentie, maar ook mentale weerbaarheid. Sauerbreij koppelde die mentale scherpte direct aan variatie in trainen en bewegen: “Ik heb altijd heel veel gevarieerd. Zowel op de mentale uitdagingen als de fysieke uitdagingen. Omdat ik het heel belangrijk vond om naast de hoeveelheid trainingsuren die ik maakte, ik trainde 6 dagen per week 2 a 3 keer per dag. Als je dan altijd maar hetzelfde blijft doen, word je op een gegeven moment heel murf.”

Variatie hield haar niet alleen fysiek fris, maar ook mentaal hongerig: “Als je nou jezelf steeds blijft uitdagen, om andere sporten te doen, om uiteindelijk een betere snowboarder te worden, dan blijf je hongerig. Ook op mentaal vlak.”

Van jeugdontwikkeling tot topsport

Wat Sauerbreij beschrijft, begint niet pas in de topsport. Haar ontwikkeling werd al vroeg gevoed door veelzijdigheid: “Van huis uit heb ik heel veel sporten meegekregen omdat dat mijn ouders dat belangrijk vonden voor mijn motorische en sociale ontwikkeling.”

“Bijvoorbeeld mountainbiken: het traject-verkennen, het vooruit kijken en de bochten inhangen, dat was eigenlijk vergelijkbaar met snowboarden. En het schaatsen: de kniehoek, de enkelbalans en knie-ondersteuning en knie-hoeken zijn ook allemaal weer heel erg vergelijkbaar. En voetbal: de oog-voet coördinatie, snelheid van opstarten en het sociale aspect van een teamsport.”

De Olympische Spelen zijn daarmee meer dan een verzameling finales en medailles. Ze vormen een etalage van wat er mogelijk is wanneer sporters breed worden opgeleid, wanneer fundamenten serieus worden genomen en wanneer sport niet in silo’s wordt benaderd. Sporten hebben meer gemeen dan ze verschillen.